Producenten van snacks
Algemene Kokswaren en Snackproducenten Vereniging (AKSV)
Samenwerkingsverband tussen producenten en afnemers van oliën en vetten. Het doel van de Task Force is het verlagen van de hoeveelheid verzadigd vet en transvet in de voeding.
Bereikte resultaten
Na de inspanningen van 2005 en 2006 heeft de AKSV februari 2007 opnieuw onder zijn leden een enquête gehouden. Respons was uitstekend, namelijk 98%. De resultaten van september 2007 heeft te maken met productieproblemen bij 1 producent, waardoor tijdelijk gehard vet moest worden gebruikt. Deze problemen zijn deels opgelost waardoor de resultaten in september er aanmerkelijk beter uitzien.
Aan de hand van de verkregen informatie kunnen we een zeer nauwkeurig beeld geven van de gebruikte oliën en vetten zowel als ingrediënt alsmede als frituurvet. Uit tabel 1 is af te leiden dat op een aantal fronten een behoorlijke reductie is behaald ten opzichte van de doelstelling (vetgedrukt).
Opmerking: de percentages in onderstaande tabel geven de percentages trans- respectievelijk verzadigd vet aan van de door de branche gebruikte vetten, dus niet op eindproductniveau. Daarbij is een uitsplitsing gemaakt naar vetten die als ingrediënt worden gebruikt en vetten die als frituurvet worden gebruikt.
| Algemene Kokswaren en Snackproducenten Vereniging | % 2002* | % 2005** | % 2006** |
% feb 2007 | % sept 2007 | reductie t.o.v. 2002 | DOELSTELLING |
| Totaal branche - gehalte aan transvetzuren | 9,7 | 5,9 | 3,2 | 2,6 | 2,3 | 76,5% | reductie 50% |
| Totaal branche- gehalte aan verzadigde vetzuren | 29,5 | 30,1 | 28,0 | 24,5 | 24,7 | 16,4% | reductie 30% |
| Ingrediënten - gehalte aan transvetzuren | 6,4 | 3,4 | 2,8 | 1,9 | 1,9 | 70,6% | reductie 50% |
| Ingrediënten - gehalte aan verzadigde vetzuren | 24,7 | 23,7 | 23,5 | 15,3 | 15,4 | 37,7% | reductie 30% |
| Frituurvet - gehalte aan transvetzuren | 18,3 | 9,8 | 3,8 | 4,3 | 3,1 | 82,9% | reductie 50% of max 5% |
| Frituurvet - gehalte aan verzadigde vetzuren | 42,2 | 39,7 | 35,5 | 36,4 | 36,4 | 13,7% | reductie 30% of max 40% |
* Gecorrigeerd door oliën of vetten gebruikt als frituurvet en ingrediënt vet uitgesplitst te berekenen.
** Gecorrigeerd wegens onjuiste % verz. vet voor palmoleïne, (40 ipv 12%) + ontbrekende tonnage olie en vet alsnog verwerkt.
Tabel 1: resultaten monitoring onderzoek AKSV naar vetzuursamenstelling van gebruikte oliën en vetten.
Respons
Totaal zijn 40 enquêtes verstuurd. De respons bedroeg 98%.Van de 40 ontvangen en ingevulde enquêtes gebruikten 2 geënquêteerden geen olie of vet, heeft 1 geënquêteerde geen tonnage opgegeven en 1 geen enquête ingevuld.
Reductie transvetzuren:
Duidelijk is dat – ondanks de correcties – zowel het percentage transvetzuren bij ingrediënt - alsmede bij frituurvetten door toenemend gebruik van plantaardig ongeharde oliën het laatste jaar enorm is afgenomen.
Er kan nog steeds worden gesteld dat met name bij snacks zoals frikandellen, kroketten en loempia’s, berekend op het gehele (eind)product, het transvetgehalte beneden de 1% is gekomen. Voor producten als salades is dit nooit een issue geweest, omdat altijd al vloeibare plantaardige oliën werden gebruikt. (zie verder figuren 1, 2 en 3)
Voor olie of vet welke als ingrediënt wordt gebruikt, was het doel het transvetgehalte met 50% te reduceren. Dit is met de daling naar 1,9% ruimschoots behaald. Hetzelfde geldt voor het transvetzuurgehalte voor oliën en vetten welke door de producent als frituurvet worden gebruikt. Hierbij was het ook doel deze te halveren, met een reductie naar 3,1% is dit zeker ruimschoots gehaald. De lichte stijging begin 2007 bij het frituurvet is in september 2007 ruimschoots teruggedraaid naar uiteindelijk een ruim 80% reductie.

Figuur 1: gemiddeld gehalte transvet en verzadigd vet toegepast bij AKSV leden.

Figuur 2: gemiddeld gehalte transvet en verzadigd vet toegepast als ingrediënt.
Reductie verzadigd vet:
Het is evident dat de grootste reductie is behaald bij de toepassing als ingrediënt olie/vet. Bij frituurvet is alleen de doelstelling – het gemiddelde gehalte verzadigd vet < 40% - behaald. De oorzaak van de toename is dezelfde als onder reductie transvetzuren is genoemd.
Een van de complicerende factoren voor verdere toepassing van vloeibare oliën is een stijging van de kostprijs, in het retail kanaal nog altijd onbespreekbaar. Daarnaast spelen functionele – en smaaktechnische eisen ook een rol.
In Nieuwsbrief nr. 8, van januari 2007 was reeds de verwachting uitgesproken dat het verzadigd vetgehalte voor de als ingrediënt toegepaste oliën en vetten met 30% zou dalen, het is uiteindelijk zelfs bijna 38% geworden. Uitzonderlijk hoog, aangezien bij koelverse producten als salades en mayonaises verdere daling (door gebruik van met name raapolie) nagenoeg onmogelijk is.

Figuur 3: gemiddeld gehalte transvet en verzadigd vet toegepast als frituurvet.
| soort ingrediënt olie/vet | procentueel
gebruik |
trans | verzadigd | soort frituur olie/vet | procentueel
gebruik |
trans | verzadigd |
| raapolie | 51,9 | 0,2-2,0 | 7-8 | palmolie | 37,2 | 0,5-2,0 | 45-53 |
| sojaolie | 18,7 | 0,3-2,0 | 15-15,5 | palmoleine | 22,9 | 1,0 | 40 |
| palmolie | 11,9 | 0,5-2,0 | 45-53 | raapolie | 14,6 | 0,2-2,0 | 7-8 |
| margarine | 8,0 | 1-12 | 12-43 | zonnebloemolie | 11,1 | 0,0-2,0 | 12 |
| geharde palmolie | 2,2 | 8-30 | 53-61 | geharde palmolie | 7,2 | 8-30 | 53-61 |
| banketmargarine | 1,7 | 12 | 35 | rundvet | 3,8 | 3,0-3,7 | 50-55 |
| roomboter | 1,2 | 4,0 | 60-70 | sojaolie | 1,1 | 0,3-2,0 | 15-15,5 |
| rundvet | 0,8 | 3,0-3,7 | 50-55 | frituurvet | 0,8 | 1 - 7 | 13-21 |
| bakkersvet | 0,8 | 1,0-2,0 | 46-49 | gedeeltelijk geharde palmolie+raapolie | 0,6 | 5 | 50 |
| zonnebloemolie | 0,9 | 0,0-2,0 | 12 | reuzel | 0,3 | 1-5 | 11-40 |
| olijfolie | 0,6 | 0,2 | 14 | plantaardige olie | 0,3 | 0,6-1,0 | 19-29 |
| korstmargarine bulk | 0,4 | 1,0 | 40 | arachideolie | 0,1 | 1,0 | 17 |
| kippenvet | 0,3 | 1,5 | 29 | sojaolie gedeeltelijk gehard | 0,0 | 15 | 56 |
| plantaardige olie | 0,2 | 0,6-1,0 | 19-29 | ||||
| plantaardige vet | 0,1 | 0,5-0,8 | 48-50 | ||||
| reuzel | 0,1 | 1-5 | 11-40 | ||||
| arachideolie | 0,1 | 1,0 | 17 | ||||
| sesam/sojaolie | 0,0 | 1,2 | 40 | ||||
| sesamolie | 0,0 | 2,0 | 13,5 | ||||
| truffelolie | 0,0 | 0,2 | 14 | ||||
| 100,0 | 1,9 | 15,4 | 100,0 | 3.1 | 36,4 |
Tabel 2: overzicht van de gebruikte oliën en vetten als ingrediënt en frituurvet (september 2007)
Overige opmerkingen
Als belangrijkste redenen voor het niet volledig vervangen van vetten zijn genoemd: prijs, smaak en niet dezelfde functionele eigenschappen. Daarnaast was de samenstelling van de gebruikte vetten voor een aantal bedrijven al zo goed, dat geen verbetering resp. vervanging meer nodig was.Een 9-tal bedrijven heeft aangegeven behoefte te hebben aan overleg of extra informatie ten aanzien van vetzuursamenstelling. In november 2007 is daarom een bijeenkomst georganiseerd voor de leden waarop een presentatie is gegeven door een leverancier van vetten.
Conclusie t.a.v. transvetzuren
De resultaten van de opeenvolgende monitoringsonderzoeken wijzen uit dat het totaal gehalte aan transvetzuren in door de leden van AKSV geproduceerde (vlees)snacks t.o.v. 2002 is gereduceerd met 76,5 %. Aan de doelstelling terzake van transvetzuren wordt door de AKSV dus ruimschoots voldaan.Conclusie t.a.v. verzadigde vetzuren
Uit het laatste monitoringsonderzoek blijkt dat de reductie van totaal verzadigd vet ongeveer 17% is, terwijl de doelstelling 30% is; de norm is dus nog altijd niet gehaald.Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het gebruik van palmolie, palmoleïne en geharde palmvet. Deze maken nog steeds 65% van de hoeveelheid frituurvet of 30% van het totale 20,5 Mton. Wanneer de geharde palm zou worden vervangen, lost dit niet alleen het verzadigd vet probleem op maar ook daalt het transvetgehalte voor frituurvet verder.
Naast de geharde palmolie is (banket)margarine nog een vet dat vervangen zou kunnen worden, waardoor het ingrediënt trans – en verzadigd vet verder kan dalen.


